Home

Paragrafen

Risico's

Renterisico over de vlottende schuld:
Kasgeldlimiet

Normaliter is kortlopende financiering (looptijd < 1 jaar) goedkoper dan langlopende financiering, maar heeft als risico dat de rentelasten sterk kunnen fluctueren. Daarom gelden er met betrekking tot het financieren met kortlopende middelen wettelijke voorschriften. Zo wordt de maximale gemiddelde omvang waarvoor gemeenten kortlopende leningen en schulden in rekening courant mogen aangaan bepaald door de kasgeldlimiet.  

Deze limiet wordt volgens de Wet Financiering decentrale overheden (FiDO) berekend op basis van een vast percentage (8,5%) van het begrotingstotaal per 1 januari. Voor 2025 betekent dit een kasgeldlimiet van € 64.519.307.

Zolang de rente van leningen voor korte looptijden lager is dan de rente voor langere looptijden streven wij normaliter ernaar de kasgeldlimiet optimaal te benutten. Echter in situaties van lage rente voor langlopende leningen kan het soms verstandig zijn eerder leningen met een korte looptijd om te zetten in leningen met een langere looptijd. In het Treasurycomité zijn spelregels afgesproken voor het moment waarop we normaliter korte schuld omzetten in lange schuld (consolideren). Daarbij spelen rentevisie en liquiditeitsprognose een belangrijke rol.

Zoals al is aangegeven onder het kopje "Ontwikkelingen" in deze Financieringsparagraaf, blijkt ook uit onderstaand overzicht dat in het gehele jaar 2025 sprake was van een vlottende tegoedpositie, zodat van het overschrijden van de kasgeldlimiet het gehele jaar geen enkele sprake is geweest.

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Gemiddelde vlottende schuld minus gemiddelde vlottende middelen

-245.367

-249.893

-263.289

-264.142

Kasgeldlimiet

64.519

64.519

64.519

64.519

Ruimte onder de kasgeldlimiet

309.886

314.412

327.808

328.662

Berekening kasgeldlimiet

Begrotingstotaal

759.051

759.051

759.051

759.051

Percentage regeling

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

Kasgeldlimiet

64.519

64.519

64.519

64.519

Renterisico over de vaste schuld
Renterisiconorm:

Ook voor langlopende financiering (looptijd => 1 jaar) is in de Wet FiDO een norm ingesteld om een enigszins stabiele rentelast over de verschillende jaren te bewerkstelligen. Hierbij geldt een limiet van maximaal 20% per jaar over het begrotingstotaal. Dit houdt in dat wij in enig jaar niet meer dan een bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal aan herfinanciering dan wel renteherziening mogen hebben.  

In onderstaand overzicht is dit voor onze gemeente weergegeven voor de jaren 2025 - 2029. Hieruit blijkt dat de renterisiconorm in 2025 niet is overschreden. De aflossingen in 2025 leidden overigens niet tot een daadwerkelijk renterisico. Deze aflossingen werden betaald uit tijdelijke overtollige liquiditeiten en hiervoor werden in 2025 geen nieuwe leningen afgesloten.

Het bedrag aan renteherziening en herfinanciering is ook voor de komende jaren beperkt, er wordt dan ook geen overschrijding verwacht. Naast deze norm kijken wij naar de meerjarige financieringsbehoefte om de looptijd van nieuwe langlopende leningen te bepalen.

Renterisico op vaste schiuld versus norm (bedragen x € 1.000) (exclusief leningen Sociale Zaken)

Berekening

Begroot

Realisatie

Begroot

Begroot

Begroot

Begroot

nr.

Omschrijving

2025

2025

2026

2027

2028

2029

Renterisico

1a

Renteherziening op vaste schuld o/g

6.822

6.822

0

0

0

0

1b

Renteherziening op vaste schuld u/g

0

0

0

0

0

0

2

Per saldo renteherziening op vaste schuld

1a - 1b

6.822

6.822

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

3

Aflossingen

21.270

21.270

16.257

21.303

17.352

21.402

4

Renterisico op vaste schuld

2 + 3

28.092

28.092

16.257

21.303

17.352

21.402

Renterisiconorm

5

Begrotingstotaal

759.051

759.051

791.705

791.705

791.705

791.705

6

Percentage renterisiconorm volgens ministeriële regeling

20%

20%

20%

20%

20%

20%

7

Renterisiconorm

5 * 6

151.810

151.810

158.341

158.341

158.341

158.341

8

Ruimte onder renterisiconorm

7 - 4

123.718

123.718

142.084

137.038

140.989

136.939

ofwel renterisico in percentage van begrotingstotaal

4 / 5

3,70%

3,70%

2,05%

2,69%

2,19%

2,70%

Kredietrisico:
Risico verstrekte leningen

Hieronder vindt u een overzicht van de verstrekte geldleningen per 1 januari 2025 en 31 december 2025 met per categorie het bijbehorende risicoprofiel voor de gemeente. De verstrekte leningen voldoen aan de eisen gesteld door de Wet Fido en het  Treasurystatuut 2024 of zijn expliciet door uw Raad goedgekeurd.

Een gedetailleerd overzicht van de verstrekte langlopende geldleningen vindt u hier

Categorie (bedragen x € 1.000)

Risicoprofiel

Verstrekt bedrag per

Verstrekt bedrag per

1 januari 2025

31 december 2025

bedrag

procentueel

bedrag

procentueel

Woningcorporaties

miniem

6.969

47,7%

6.140

45,2%

(Achtergestelde) leningen aan economische deelnemingen

laag

3.386

23,2%

3.386

24,9%

Verstrekte leningen vanuit Sociale Zaken

laag

2.402

16,4%

2.356

17,4%

Tolhuislanden

hoog

1.000

6,8%

1.000

7,4%

Startersleningen Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland

laag

430

2,9%

311

2,3%

Overige instellingen

laag

421

2,9%

386

2,8%

Totaal verstrekte leningen

14.608

100,00%

13.579

100,00%

Risico gewaarborgde geldleningen

Borgstellingen kunnen via directe borgstelling of via achtervang plaatsvinden. Betrokkenheid van waarborgfondsen betekent dat de borgstelling en hiermee ook het risico wordt gedeeld. In dit geval is het netto geborgde bedrag, dus het werkelijke procentuele deel waar Zwolle risico over loopt, lager dan de restant hoofdsom van de gewaarborgde leningen. Blijkens onderstaande tabel gaat het ultimo 2025 om een totaal netto geborgd bedrag van € 469,8 miljoen, waarvan € 458,1 miljoen middels achtervang waarborgfondsen en € 11,7 miljoen middels directe borgstelling. Een gedetailleerd overzicht van de verstrekte garanties vindt u hier .

Categorie (bedragen x € 1.000)

Risicoprofiel

Restant hoofdsom

Netto geborgd restant

Restant hoofdsom

Netto geborgd restant

per 01-01-2025

per 01-01-2025

per 31-12-2025

per 31-12-2025

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

miniem

926.364

231.591

983.991

245.998

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

miniem

463.000

231.500

424.000

212.000

Hypotheekgaranties tot 1995

miniem

655

328

151

176

Stichting Nationaal Restauratiefonds (NRF)

laag

110

110

69

69

Sportsector

laag

1.700

1.349

1.478

1.184

Tiem B.V.

laag

8.188

8.188

4.827

4.827

Overige (maatschappelijke) instellingen

midden

5.734

5.734

5.496

5.496

Totaal waarborgfondsen / directe garanties

1.405.751

478.800

1.420.012

469.750

Schatkistbankieren

Schatkistbankieren is bedoeld voor instellingen die een wettelijke of publieke taak uitvoeren en hiervoor gelden van het Rijk ontvangen. Dit houdt in dat ook gemeenten (tijdelijke) overtollige gelden in de schatkist bij het Ministerie van Financiën moeten onderbrengen. Een beperkte hoeveelheid geld mag een gemeente op haar eigen bankrekeningen aanhouden. Dit bedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van een gemeente in het verslagjaar. Als alternatief voor het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist kunnen decentrale overheden ervoor kiezen deze middelen in te zetten om aan elkaar leningen te verstrekken.

De berekening van het drempelbedrag is als volgt: 2% van het begrotingstotaal tot € 500 miljoen en 0,2% over het eventueel hogere bedrag. Dit betekende voor Zwolle in het jaar 2025 een drempelbedrag van € 10.518.101.

Zoals blijkt uit onderstaande tabel werd in 2025 geen gebruik gemaakt van het benutten van het drempelbedrag om overtollige middelen buiten de schatkist aan te houden. De reden hiervoor is dat de ontvangen rentevergoeding voor gelden bij de schatkist in 2025 gunstiger was dan de ontvangen rentevergoeding in rekening courant bij onze huisbankier.

Berekening 2025 benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000)

Verslagjaar

1)

Drempelbedrag

10.518

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's-Rijks schatkist aangehouden middelen

285

469

364

381

(3a) = (1)>(2)

Ruimte onder het drempebedrag

10.232

10.049

10.154

10.137

(3b) = (2)>(1)

Overschrijding van het drempelbedrag

-

-

-

-

(1) berekening drempelbedrag

Verslagjaar

(4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

759.051

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

500.000

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

259.051

(1) = (4b) * 0,0075 + (4c) * 0,002 met een minimum van € 250.000

Drempelbedrag

10.518

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's-Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(5a)

Som van de per dag buiten 's-Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

25.679

42.660

33.455

35.044

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's-Rijks schatkist aangehouden middelen

285

469

364

381

Deze pagina is gebouwd op 05/29/2026 08:05:52 met de export van 05/29/2026 07:50:37