Voor een uitvoerige toelichting op de verschillen tussen de rekening en de laatst gewijzigde begroting ad 6,2 miljoen verwijzen wij naar de verantwoording per doel. Hierin worden ook de verschillen voor en na resultaatbestemming toegelicht en wordt ook nader ingegaan op het structurele dan wel incidentele karakter van ontstane verschillen. Wij volstaan op deze plek met vermelding van de belangrijkste verschillen ten opzichte van de begroting waarbij uitgegaan is van het gerealiseerde resultaat, dus in deze verschillen zijn de onttrekkingen aan c.q. stortingen in de diverse reserves al meegenomen. Aansluitend volgt een summiere toelichting met de bedoeling om op hoofdlijnen een beeld te krijgen van de belangrijkste verschillen.
Bedragen x € 1.000
Verschillen op programmaniveau | Voordelig | Nadelig |
|---|
Programma 1. Samen sterk in Zwolle | 2.082 | |
|---|
Het saldo wordt voornamelijk bepaald door: - een nadeel van 0,4 miljoen euro door een lagere definitieve afrekening van de energiecompensatie voor zwembaden, waardoor moest worden terugbetaald (doel 1.1.2)
- een positief resultaat van 0,9 miljoen euro op de opvang van Oekraïners, vooral door lagere lasten en hogere rijksvergoedingen (doel 1.1.3)
- een negatief saldo van 0,5 miljoen euro op de onderwijshuisvesting, veroorzaakt door hogere advieskosten, leegstand en extra interne uren (doel 1.1.3)
- een positief resultaat van 0,7 miljoen euro binnen het onderwijskansenbeleid, doordat eerdere jaren minder kostten en meer kon worden gedekt uit rijksmiddelen (doel 1.1.3)
- lagere lasten van in totaal 0,4 miljoen euro binnen het Sociaal Wijkteam en het innovatiebudget jeugd, door dekking vanuit NPO‑middelen, minder externe advisering en een lagere inzet van het Ondersteuningsteam speciaal onderwijs (doel 1.2.1)
- een lagere besteding van 0,2 miljoen euro op Pgb binnen de maatwerkvoorzieningen Wmo, doordat minder gebruik is gemaakt van Pgb en het gecontracteerde aanbod in Zorg in natura voldoende passend bleek (doel 1.2.3)
- een voordeel van 0,5 miljoen euro op Wmo vervoer‑hulpmiddelen, als gevolg van een nieuw contract en een wachttijd bij aanvragen door toegenomen drukte en reorganisatie binnen het SWT (doel 1.2.3)
- een voordeel van 0,3 miljoen euro binnen de Wmo vervoersvoorzieningen, doordat er minder taxivervoer is ingezet en kortere en goedkopere ritten (doel 1.2.3)
- hogere lasten binnen de ambulante jeugdhulp (doel 1.2.3), die samen met het voordeel op doel 1.3.1 resulteren in een totaal nadeel van 0,5 miljoen euro op het jeugdhulpbudget van 61,5 miljoen euro.
| | |
|---|
Programma 2. Werken aan bestaanszekerheid | | 1.061 |
|---|
Het saldo wordt voornamelijk bepaald door: - het resultaat van Tiem van 0,1 miljoen euro negatief door lagere productieopbrengsten en hogere personeelskosten door vervanging bij ziekte (doel 2.1.2)
- een nadeel van 0,5 miljoen euro doordat in de decembercirculaire 2025 ontvangen regionale arbeidsmarktmiddelen (Work in NL, Impulsbudget en Startbanen) op dit doel in de reserve zijn gestort voor uitvoering in 2026, terwijl de ontvangst op het programma Bedrijfsvoering is verantwoord (doel 2.1.2)
- een nadeel van 0,3 miljoen euro door een hogere storting in de reserve voor de P‑wet in balans (doel 2.1.2);
| | |
|---|
Programma 5. Ondernemende en levendige stad | | 8 |
|---|
De doelen binnen programma 5 laat geen groot voordelig of nadelig resultaat (groter dan € 100.000) zien. |
|---|
| | |
|---|
Programma 6. Toekomstgerichte stad | 5.406 | |
|---|
Het saldo wordt voornamelijk bepaald door: - een dotatie aan de voorziening facilitair grondbeleid van 0,4 miljoen euro (doel 6.1.2)
- een overschrijding van 0,2 miljoen euro aan lasten en 1,2 miljoen euro hogere baten binnen het onderdeel omgevingsvergunningen, waarbij de baten ondanks eerdere structurele bijstellingen alsnog hoger uitvielen door extra aanvragen (doel 6.1.3)
- een voordelig resultaat binnen de grondexploitaties (doel 6.1.5). Zie ook de storting in de algemene concernreserve en reserve strategische investeringen op programma 10.
- een baat van 1,82 miljoen euro uit de realisatiestimulans, de rijksregeling die een vaste bijdrage per gestarte woningbouw oplevert; deze opbrengst wordt via de resultaatbestemming toegevoegd aan de SIA (doel 6.2.1)
- een hogere dotatie van 0,3 miljoen euro aan de reserve voor de uitvoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting, voortkomend uit de decembercirculaire 2025 (doel 6.2.1)
- een overschrijding van 0,2 miljoen euro binnen het programmamanagement Spoorzone, doordat meer capaciteit is ingezet dan oorspronkelijk begroot; deze extra inzet was nodig om de geplande werkzaamheden tijdig en zorgvuldig uit te voeren (doel 6.3.1)
| | |
|---|
Programma 7. Vitale wijken | 338 | |
|---|
Het saldo wordt voornamelijk bepaald door: - een voordeel van 0,3 miljoen euro aan legesopbrengsten voor vergunningen en meldingen voor ondergrondse kabels en leidingen, doordat er aanzienlijk meer aanvragen zijn ingediend dan begroot (doel 7.1.2)
- een voordeel van 0,7 miljoen euro op groot onderhoud (doel 7.1.2)
- een nadeel van 0,6 miljoen euro aan energiekosten, doordat de uitgaven hoger uitvielen dan begroot (doel 7.1.4)
- een nadeel van 0,6 miljoen euro door hogere doorbelasting van uren vanuit vastgoed en objectbeheer (doel 7.1.4)
- een voordeel van 0,4 miljoen euro aan huurinkomsten (doel 7.1.4);
| | |
|---|
Programma 8. Bestuur en dienstverlening | | 2.717 |
|---|
Het saldo wordt voornamelijk bepaald door: - een nadeel van 2,7 miljoen euro door de hogere waardering van de pensioenvoorziening voor politieke ambtsdragers, als gevolg van een nieuwe, bindende uitspraak van de commissie BBV (doel 8.1.2)
| | |
|---|
Programma 9. Bedrijfsvoering | 2.897 | |
|---|
Het saldo wordt voornamelijk bepaald door: - een voordeel van 0,2 miljoen euro, omdat het aantal OR‑leden lager was dan verwacht en afdelingen daardoor minder hoefden te worden gecompenseerd (doel 9.1.1)
- een voordeel van 0,2 miljoen euro doordat afdelingen in 2025 minder compensatie ontvingen voor de inzet van Garantiebanen, die steeds vaker in reguliere functies worden geplaatst (doel 9.1.1)
- een voordeel van 0,2 miljoen euro op huisvesting en facilitaire budgetten, vooral door een verzekeringsvoordeel na waterschade in het Stadhuis (doel 9.1.1)
- een voordeel van 2,1 miljoen euro op bedrijfsvoering (doel 9.1.4), onder meer omdat zowel de incidentele overhead als de structurele overhead later tot realisatie komt en de lasten daarom in 2025 lager uitvallen.
| | |
|---|
Programma 10. Algemene dekkingsmiddelen | | 779 |
|---|
Het saldo wordt voornamelijk bepaald door: - 0,6 miljoen euro voordeel op lokale heffingen, door lagere kosten bij GBLT, hogere OZB‑opbrengsten bij niet‑woningen en lagere oninbaarheidsbedragen.
- 0,5 miljoen euro voordeel op de algemene uitkering
- 0,1 miljoen euro voordeel op dividend, door hogere uitkeringen van Enexis, Wadinko en BNG
- 0,3 miljoen euro voordeel op de financieringsbehoefte, vooral door hogere renteopbrengsten op tijdelijk overtollige middelen.
- 0,4 miljoen euro voordeel bij overige baten en lasten, grotendeels door middelen uit de mei‑ en septembercirculaire die tijdelijk op een stelpost stonden.
- 0,3 miljoen euro voordeel op de vennootschapsbelasting
- vrijval van de stelpost onvoorzien (0,2 miljoen)
- het voordelig MPV resultaat (zie doel 6.1.5 grondbeleid), deze wordt in de algemene concernreserve en reserve strategische investeringen gestort (-/- 3,7 miljoen).
- vrijval van reserves (0,4 miljoen).
| | |
|---|
Totaal resultaat | 10.723 | 4.565 |
|---|
Saldo resultaat | 6.158 | |
|---|