Voorziening Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers |
|---|
Doel: | Deze voorziening is in 2012 ingesteld in verband met de Algemene Pensioenwet |
|---|
Voorziening (bedragen x €1.000) | Doel | Besluit | Begroting 2025 | Rekening 2025 | Bestedingen na 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Stand per 1 januari 2025 | 7.667 | 7.667 | |||
Toevoegingen | |||||
Storting | Rekening 2025 | 2.983 | |||
Totaal toevoegingen | 0 | 2.983 | 0 | ||
Aanwendingen | |||||
Pensioenuitkeringen | Rekening 2025 | 310 | 10.340 | ||
Totaal aanwendingen | 0 | 310 | 10.340 | ||
Stand per 31 december 2025 | 7.667 | 10.340 | -10.340 |
Toelichting:
Voorziening voor pensioenaanspraken politieke ambtsdragers De commissie BBV heeft in december 2025 een stellige uitspraak gedaan waarbij de pensioenen qua waardering gelijk worden gesteld aan de prognose op basis van het uitgevoerde onderzoek (benodigd vermogen op 1 januari 2025 op basis van inkoop Wtp bij ABP; bedrag genoemd bij C in genoemde brief) en rekening te houden met de gewijzigde verplichtingen over 2025. Dit bedrag dient jaarlijks herzien te worden tot het moment van overdracht aan het ABP welke momenteel voorzien is op 1 januari 2028. De voorziening in de jaarrekening is op basis van deze stellige uitspraak gewaardeerd.
Als gevolg van deze jaarlijkse herziening is het mogelijk dat de benodigde bedragen voor de waardeoverdracht naar het ABP per 1 januari 2028 fluctueren. De omvang van de voorziening wordt bijvoorbeeld bepaald door de hoogte van de rente. Een hogere rente betekend een lagere benodigde voorziening hetgeen zorgt voor een vrijval uit de voorziening. Een lagere rente heeft een tegenovergesteld effect.
